Kennisbank

  Begrippenlijst over paardenvoer van voervergelijk.nl


Arginine

Arginine is een essentieel aminozuur die door de voeding verstrekt moet worden, omdat het paard deze niet in het lichaam aanmaakt.


B-caroteen

B-caroteen, ook wel provitamine A., an door het paard in de wand van de dunne darm worden omgezet in vitamine A. B-caroteen komt veel voor in verse groenvoeders (gras, klaver, luzerne). Dit is normaal gesproken voldoende om aan de behoefte te voldoen. Een volwassen paard heeeft ca. 400 mg caroteen nodig. In gedroogde en lang bewaarde groenvoeders kan het caroteengehalte sterk terug lopen. Krachtvoer bevat geen B-caroteen. B-caroteen en Vitamine A zijn belangrijk voor de gezondheid en vruchtbaarheid.


Biotine

Biotine, ook wel vitamine H heeft een gunstig effect op de hoornvorming in de hoef van het paard en de huid en het haar. Paarden met slechte kwaliteit hoef kunnen baat hebben bij extra biotine. De basisbehoefte van een gemiddeld paard in een normale situatie is 1 - 2 mg (= 1000 - 2000 ug) biotine per dag. Om de hoefstructuur te verbeteren dient er ca. 15-30 mg biotine per dag gevoerd te worden. Als er extra biotine bijgevoerd wordt moet je geduld hebben, want het resultaat is pas na 3 - 6 maanden zichtbaar. Bron: Meyer (1992), DLG (1992) and NRC (1989).


Calcium

Werking
Calcium is belangrijk voor gezonde botten (deze bevatten ongeveer 35% calcium), goed functioneren van de spieren, goed functioneren van celmembranen en de regulatie van een groot aantal enzymen. Hoewel calcium en groot aantal functies vervult in het lichaam, is 99% van het in het lichaam aanwezige calcium in het bot vastgelegd.

Behoefte
De dagbehoefte aan calcium verschilt per situatie (onderhoud, arbeid, dracht, groei, lactatie) van 0,05 tot 0,12 gram per kg lichaamsgewicht. Lees meer: Dagbehoefte

Tekort en overschot
Een tekort aan calcium kan kreupelheid, vervormingen in het skelet, osteoporose, botbreuken en minder goed functioneren van het zenuwstelsel tot gevolg hebben. Een tekort kan een absoluut tekort zijn (te weinig calcium in het rantsoen) of worden veroorzaakt door een overmaat aan fosfor of magnesium. Deze mineralen maken namelijk allemaal gebruik van hetzelfde transportmechanisme. Daarom is het van belang om de verhoudingen tussen deze mineralen goed in het oog te houden: een verhouding van 1,5:1:1 (Ca:P:Mg) is ideaal. De efficiency van de absorptie van calcium in het lichaam lijkt af te nemen naarmate een paard ouder wordt, vanaf 75% bij jonge paarden tot 50% bij oudere paarden.


Calcium/Fosfor verhouding

Geeft de verhouding aan tussen de hoeveelheid Calcium dat een product bevat ten opzichte van de hoeveelheid Fosfor. Een optimale ca:p verhouding bij jonge paarden is 1,5 : 1 en bij volwassen paarden 2 : 1.


Chloor

Chloor is samen met natrium verantwoordelijk voor de vochtbalans in het lichaam en de overbrenging van zenuwimpulsen. Net als natrium verliest een paard chloor met zweet; het is de tweede belangrijkste elektrolyt. Daarnaast is chloor een onmisbare component van gal en belangrijk bij de productie van maagzuur (hydrochloride, vloeibaar chloor) en dus voor een goede vertering. Wanneer er steeds voldoende vers water beschikbaar is, wordt een eventueel overschot aan chloor met de urine uitgescheiden. Een tekort aan chloor betekent eigenlijk altijd dat er ook een tekort aan natrium is. De symptomen van een tekort zijn dan ook voor beide mineralen hetzelfde: een paard begint overal aan te likken.


Choline

Choline is een B-vitamine en speelt een belangrijke rol bij de bouw van lichaamscellen, zenuwstelsel en vetstofwisseling. Choline wordt net als andere B-vitaminen aangemaakt in de lever, maar niet altijd voldoende. Choline werkt samen met foliumzuur en vitamine B12.


Cystine

Cystine is een niet essentieel aminozuur die in het lichaam wordt aangemaakt.


Digestible Energy

Digestible Energy, ook wel DE. is een wereldwijd erkende waarde voor energie die werkelijk door het paard wordt verteerd. Altijd uitgedrukt in MegaJoules. Basisbehoefte per dag: ca. 0,14 MJ per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (0,14 x 600=) 84 MJ DE per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Werkende paarden: 0,17 - 0,29 MJ per kg, Dracht(laatste 7 mnd): 0,14 - 0,18 MJ per kg, Lactatie(eerste 6 mnd) aflopend van 0,27 - 0,23 MJ DE per kg lichaamsgewicht. Bron: NRC Nutrient Requirement for Horses 2007.


Droge stof

In ieder product zit een hoeveelheid water, de rest noemt men droge stof. Voor een goede beoordeling van de waarde en onderlinge vergelijking tussen voeders is het belangrijk het droge stof gehalte te kennen. De maximale DS-opname, afhankelijk van het gewicht, de conditie en prestatie van het paard is ongeveer 2,5% van het lichaamsgewicht.


EnergieWaardePaard

EnergieWaardePaard(EWPa) is een Nederlandse waarde die de energiewaarde van een product weergeeft. Er wordt hierbij rekening gehouden met de verteerbaarheid van de organische stof. Basisbehoefte per dag: ca. 0,0084 EWPa per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (0,0084 x 600=) 5,04 EWPa per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Werkende paarden: 0,011 - 0,020 per kg lichaamsgewicht, Dracht(laatste 3 mnd): 0,009 - 0,013 per kg lichaamsgewicht , Lactatie(eerste 3 mnd) aflopend van 0,018 - 0,0167 EWPa per kg lichaamsgewicht. Bron: CVB Tabellenboek Veevoeding 2008.


Fosfor

Werking
Fosfor is, net als calcium, een belangrijk bestanddeel van de botten, welke voor 14% uit fosfor bestaan. De belangrijkste rol van fosfor is echter als onderdeel van adenosine di- en trifosfaat (ADP en ATP), moleculen die dienen als uiteindelijke energiebron voor alle cellen en lichaamsprocessen. Verder is fosfor betrokken bij de aanmaak van DNA en als bestanddeel van celmembranen.

Behoefte
De dagbehoefte aan fosfor verschilt per situatie (onderhoud, arbeid, dracht, groei, lactatie) van 0,037 tot 0,08 gram per kg lichaamsgewicht. Lees meer: Dagbehoefte

Tekort en overschot
Fosfor concurreert met calcium voor opname in het bloed. Fosfor is hierin sterker dan calcium, waardoor een overschot aan fosfor kan leiden tot een calciumtekort, ook al zit er voldoende calcium in de voeding. Daarom is het van belang om de verhoudingen tussen deze mineralen goed in het oog te houden: een verhouding van 1,5:1: (Ca:P) is ideaal, maar een verhouding tot 1:1 is mogelijk. Het belangrijkste is dat het rantsoen niet meer fosfor dan calcium bevat. Een fosfortekort in het rantsoen leidt vooral tot skeletproblemen, omdat de benodigde fosfor eerst uit de botten gehaald wordt.


Histidine

Histidine is een essentieel aminozuur die door de voeding verstrekt moet worden, omdat het paard deze niet in het lichaam aanmaakt.


IJzer

Werking
IJzer komt voor in hemoglobine (eiwit in het bloed welke de rode kleur aan rode bloedcellen geeft), myoglobine (zuurstofbindend eiwit in spieren) en verschillende enzymen. Ijzer speelt een zeer belangrijke rol in zuurstofopname en transport in het bloed.

Behoefte
De dagbehoefte aan ijzer verschilt per situatie (onderhoud, arbeid, dracht, groei, lactatie) van 0,8 - 1 mg per kg lichaamsgewicht. Lees meer: Dagbehoefte

Tekort en overschot
De ijzeropname wordt verminderd door een overmaat aan cadmium, kobalt, koper, mangaan en zink. Een tekort aan ijzer kan bloedarmoede en verminderd presteren van sportpaarden op hoog niveau tot gevolg hebben. IJzertekorten zijn echter niet waarschijnlijk, zeker wanneer je paard buiten kan grazen. Jonge veulens zijn gevoeliger voor een overmaat aan ijzer en kan zelfs giftig zijn wanneer een ijzersupplement wordt gegeven. IJzerinjecties kunnen ook voor volwassen paarden dodelijk zijn. Geef dus enkel in overleg met je dierenarts extra ijzer aan je paard.


Isoleucine

Isoleucine is een essentieel aminozuur die door de voeding verstrekt moet worden, omdat het paard deze niet in het lichaam aanmaakt.


Jodium

Jodium wordt gebruikt voor de vorming van het schildklierhormoon dat de stofwisseling regelt. Basisbehoefte per dag: ca. 0,007 mg per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (0,007 x 600=) 4,2 mg jodium per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Werkende paarden: 0,007 mg per kg, Dracht(laatste 3 mnd): 0,008 mg per kg, Lactatie(eerste 3 mnd) 0,007 mg jodium per kg lichaamsgewicht. Bron: NRC Nutrient Requirement for Horses 2007. Een jodiumtekort bij merrie kan bij veulens een vergrote of minder functionerende schildklier tot gevolg hebben. Doorgeboren of zwakke veulens, OCD, ruw haar en haaruitval kunnen ook een gevolg zijn van tekort aan jodium.


Kalium

Werking
Kalium is een onmisbaar element voor het reguleren van de osmotische druk (concentratie van opgeloste deeltjes binnen en buiten de cellen) en het handhaven van de zuur-base balans. Net als natrium en chloor is het een elektrolyt, waardoor de kaliumvoorziening vooral een aandachtspunt is voor hardwerkende paarden die veel zweten.

Behoefte
De dagbehoefte aan kalium verschilt per situatie (onderhoud, arbeid, dracht, groei, lactatie) van 0,052 - 0,11 gr per kg lichaamsgewicht. Lees meer: Dagbehoefte

Lees meer: Dagbehoefte

Tekort en overschot
Een kaliumtekort kan leiden tot vermoeidheid, spierzwakte en verminderde water- en voeropname. Een overschot aan kalium wordt uitgescheiden in de urine en is relatief ongevaarlijk, met uitzondering voor paarden die lijden aan HYPP (hyperkalemic periodic paralysis, komt voor bij appaloosa's, quarters en paints in bepaalde foklijnen), waarbij kalium in het lichaam ophoopt.


Kobalt

Kobalt is onderdeel van vitamine B12. Activiteit van enzymen, bloedvoorziening, ontwikkeling van de opperhuid en groeiregulatie. Basisbehoefte per dag: ca. 0,001 mg per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (0,001 x 600=) 0,6 mg kobalt per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. De richtlijn van 0,001 mg per kg lichaamsgewicht geldt ook voor werkende paarden, drachtige en lacterende paarden. Bron: NRC Nutrient Requirement for Horses 2007.


Koper

Werking
Koper is een bloedbestanddeel en is een bestanddeel in verschillende enzymen die van belang zijn voor de synthese van bindweefsel en het mobiliseren van opgeslagen ijzer. Daarnaast speelt koper een rol bij de pigmentering van haar en de botstofwisseling. Voor drachtige merries lijkt het belangrijk te zijn om aan het einde van de dracht meer koper te verstrekken, om zodoende het veulen reserves aan koper op te laten bouwen. Dit zou bijdragen aan het voorkomen van osteochondrose. Echter is hier weinig wetenschappelijke onderbouwing voor.

Behoefte
De dagbehoefte aan koper verschilt per situatie (onderhoud, arbeid, dracht, groei, lactatie) van 0,2 - 0,25 mg per kg lichaamsgewicht. Lees meer: Dagbehoefte

Tekort en overschot
Een tekort aan koper kan kwetsbare botten, OCD en storing in botvorming bij veulens tot gevolg hebben. Paarden kunnen een overmaat aan koper relatief goed verdragen. De opname van koper kan negatief worden beïnvloed door een overmaat aan zink.


Leucine

Leucine is een essentieel aminozuur die door de voeding verstrekt moet worden, omdat het paard deze niet in het lichaam aanmaakt.


Lysine

Lysine in het belangrijkste aminozuur voor paarden en pony's en vooral heel belangrijk voor de groei van jonge paarden. Helpt bij de botgroei, doordat het een werking heeft bij de vorming van collageen, kraakbeen en ander bindweefsel. Basisbehoefte per dag: ca. 0,054 gr per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (0,054 x 600=) 32,4 gram lysine per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Werkende paarden: 0,06 - 0,09 gr per kg, Dracht(laatste 7 mnd): 0,06 - 0,077 gr per kg, Lactatie(eerste 6 mnd) aflopend van 0,17 - 0,13 gr lysine per kg lichaamsgewicht. Bron: NRC Nutrient Requirement for Horses 2007.


Magnesium

Werking
Magnesium kent een groot aantal belangrijke functies in het lichaam. Zo is het onmisbaar in de spieren, waar het een bestanddeel is van een enzym wat bindt aan ATP (zie fosfor) en zorgt voor de energieoverdracht in de spiercellen. Magnesium wordt als zowel magnesiumoxide als magnesiumcitraat in paardenvoeding gebruikt. Magnesiumoxide is goedkoop en wordt relatief slecht geabsorbeerd en kan laxerend werken. Magnesiumcitraat is een beter keuze, vanwege de hogere opneembaarheid.

Behoefte
De dagbehoefte aan magnesium verschilt per situatie (onderhoud, arbeid, dracht, groei, lactatie) van 0,015 - 0,030 gr per kg lichaamsgewicht. Calcium en magnesium gebruiken hetzelfde absorptiemechanisme in de darm. De minimale verhouding Ca:Mg is 1:0,5. Lees meer: Dagbehoefte

Tekort en overschot
Een magnesiumtekort veroorzaakt problemen zoals nervositeit, spiertrillingen en ataxische symptomen. Een magnesiumoverschot wordt uitgescheiden.


Mangaan

Werking
Mangaan is essentieel voor koolhydraat- en vetstofwisseling en voor de synthese van chondroétinesulfaat, wat essentieel is voor de vorming van kraakbeen.

Behoefte
De dagbehoefte aan mangaan is 0,8 mg per kg lichaamsgewicht. Lees meer: Dagbehoefte

Tekort en overschot
De gevolgen van zowel een overmaat als tekort zijn niet vastgelegd. Mogelijk kan een tekort leiden tot misvorming van de benen of aangeboren vreemde stand van gewrichten. Mangaan is één van de minst giftige sporenelementen. Een overmaat aan mangaan kan wel de opname van fosfor belemmeren.


Methionine

Methionine is een voorloper van Cystine, een aminozuur die bijdraagt aan sterk bindweefsel en herstelprocessen bevordert.


Molybdeen

Molybdeen ondersteunt de activatie van de fermenten en hormoonhuishouding.


Natrium

Werking
Natrium is een belangrijke elektrolyt, die een paard verliest in urine en zweet. Het speelt een enorm belangrijke rol in het handhaven van de zuur-base balans, de regulatie van het vochtgehalte in en buiten de cellen en is noodzakelijk voor een goede celfunctie in alle soorten cellen, maar voornamelijk in zenuwcellen. Verder zorgt het voor het transport van o.a. glucose en aminozuren, die zonder de hulp van natrium geen celmembraan kunnen oversteken. Doordat natrium met zweet verloren gaat, hebben vooral paarden die veel arbeid verrichten een hoge natriumbehoefte.

Behoefte
De dagbehoefte aan natrium verschilt per situatie (onderhoud, arbeid, dracht, groei, lactatie) van 0,02 - 0,08 gr per kg lichaamsgewicht. Lees meer: Dagbehoefte

Tekort en overschot
Natrium is een van de enige mineralen waarvan een paard weet of hij hier extra van nodig heeft. Een natriumtekort uit zich daarom in likken (aan handen, muren, tralies, grond, etc.). Een natriumoverschot is onwaarschijnlijk wanneer een paard genoeg water tot zijn beschikking heeft, waarmee hij een teveel aan natrium kan uitplassen. Veel voeders bevatten minder dan 0,1% natrium, wat minder is dan benodigd. Om deze reden zouden paarden altijd de beschikking moeten hebben over een liksteen of extra zout aan het rantsoen toegevoegd worden.


Phenylanine Tyrosine

Phenylanine Tyrosine is een essentieel aminozuur die door de voeding verstrekt moet worden, omdat het paard deze niet in het lichaam aanmaakt.


Ruw As

Ruw as is een totale waarde voor mineralen. Deze mineralen blijven over als het voedermiddel op een hoge temperatuur volledig wordt verbrand. Ook zand valt onder het percentage ruw as.


Ruw Eiwit

Ruw eiwit, is het totale eiwit in het product. Eiwit is opgebouwd uit aminozuren. Dit is een belangrijk component voor vitale organen, spieren, haar, huid en enzymen. Eiwit is nodig als dagelijkse behoefte voor onderhoud, lacatatie, groei en voortplanting.


Ruw Vet

Ruw vet, is de waarde voor de hoeveelheid vet in het product. Vet is een energierijk nutrient. Vet bevat 3 keer meer energie dan koolhydraten. Vet wordt toegevoegd aan rantsoenen voor extra energie.


Ruwe Celstof

Ruwe celstof is een schatting van vezels in het product. Dit zijn bestanddelen van de celwanden van planten. Ruwe celstof wordt met name in de dikke darm vergist door bacterien.


Selenium

Selenium is een antioxidant en speelt evenals vitamine E een rol bij de spierstofwisseling en bescherming van lichaamscellen. Speelt een rol bij groeihormonen. Basisbehoefte per dag: ca. 0,002 mg per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (0,002 x 600=) 1,2 mg selenium per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Deze richtlijn geldt tevens voor werkende, drachtige en lacterende paarden. Bron: NRC Nutrient Requirement for Horses 2007. Een tekort aan selenium kan verminderde weerstand, verminderde groei, stijfheid of lusteloosheid tot gevolg hebben. Seleniumtekorten in het gras/hooi komen nogal eens voor op zandgronden. Op kleigronden is dit minder van toepassing. Een overschot aan selenium is zeer giftig. Toxische waarden zijn gemeten bij 2 mg/kg droge stof.


Suiker

Suikers worden in de dunne darm zeer snel enzymatisch afgebroken tot glucose en fructose. Als het rantsoen teveel suikers bevat worden deze niet volledig afgebroken in de dunne darm en stroomt door naar de dikke darm, waar verstoringen kunnen ontstaan.


Suiker zetmeel

Suiker/ zeteel is een totale waarde van suiker en zetmeel in het product. Dit zijn de snel beschikbare koolhydraten.


Threonine

Threonine is een belangrijk onderdeel van collageen.


Tryptofaan

Tryptofaan is een essentieel aminozuur die door de voeding verstrekt moet worden, omdat het paard deze niet in het lichaam aanmaakt. Tryptofaan is de bouwstof voor de neurotransmitter serotine die stemmingswisselingen stabiliseert en een rustgevende werking heeft.


Valine

Valine is een essentieel aminozuur die door de voeding verstrekt moet worden, omdat het paard deze niet in het lichaam aanmaakt.


VerteerbaarRuwEiwit paard

Verteerbaar Ruw Eiwit paard (VREp) is de mate van vertering van het eiwit in een voedermiddel door paarden, de zgn. eiwitverteerbaarheid. Basisbehoefte per dag: ca. 0,62 gr VREp per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (0,62 x 600=) 372 gr VREp per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Werkende paarden: 0,8 - 1,44 gr per kg lichaamsgewicht, Dracht(laatste 3 mnd): 0,77 - 1,1 gr per kg lichaamsgewicht , Lactatie(eerste 3 mnd) aflopend van 2 - 1,86 gr VREp per kg lichaamsgewicht. Bron: CVB Tabellenboek Veevoeding 2008.


Vitamine A

Vitamine A is van belang bij de opbouw en bescherming van de huid, als groeifactor en voor de vruchtbaarheid. Tevens voor de bescherming van de huid en weerstand. In winterrantsoenen wordt veiligheidshalve synthetische Vitamine A aan het krachtvoer toegevoegd in verband met mogelijke tekorten doordat paarden geen verse groenvoeders tot hun beschikking hebben. Basisbehoefte per dag: ca. 30 IE per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (30 x 600=) 18000 IE Vitamine A per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Werkende paarden: 45 IE per kg, Dracht(laatste 3 mnd) en lactatie(eerste 6 mnd) 60 IE Vitamine A per kg lichaamsgewicht. Bron: NRC Nutrient Requirement for Horses 2007.


Vitamine B1

Vitamine B1, ook wel Thiamine. Belangrijk voor paarden die topprestaties moeten leveren. Speelt een rol bij de koolhydraat- en vetstofwisseling in de spieren. Tevens belangrijk voor de weerstand. Basisbehoefte per dag: ca. 006 mg per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (0,06 x 600=) 36 mg Vitamine B1 per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Werkende paarden: 0,06 - 0,125 mg per kg, Dracht(laatste 3 mnd): 0,06 mg per kg en Lactatie(eerste 6 mnd) 0,075 mg Vitamine B1 per kg lichaamsgewicht. Bron: NRC Nutrient Requirement for Horses 2007.


Vitamine B11

Vitamine B11, ook wel Foliumzuur of Folinezuur. Belangrijk voor de vruchtbaarheid.


Vitamine B12

Vitamine B12, ook wel Cyanocobalamine. In Vitamine B12 is een kobalt molecuul ingebouwd. Is belangrijk voor de productie van bloedcellen en de vertering van glucose.


Vitamine B2

Vitamine B2, ook wel Riboflavine. Speelt een rol bij de koolhydraatstofwisseling en is belangrijk voor oogregulatie. Basisbehoefte per dag: ca. 004 mg per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (0,04 x 600=) 24 mg Vitamine B2 per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Werkende paarden: 0,04 - 0,05 mg per kg, Dracht(laatste 3 mnd): 0,04 mg per kg en Lactatie(eerste 6 mnd) 0,05 mg Vitamine B2 per kg lichaamsgewicht. Bron: NRC Nutrient Requirement for Horses 2007.


Vitamine B3

Vitamine B3, ook wel Niacine of Nicotinezuur. Is belangrijk voor de omzetting van energie en helpt bij de bescherming van spieren.


Vitamine B5

Vitamine B5, ook wel Panthotheenzuur. Belangrijk voor de vetering van koolhydraten en eiwitten, zenuwimpulsen en weerstand.


Vitamine B6

Vitamine B6, ook wel Pyridoxine. Speelt een rol bij de aminozuurstofwisseling in het lichaam, zenuwimpulsen en weerstand.


Vitamine C

Vitamine C, ook wel Ascorbinezuur. Anti-oxidant en helpt om beschadigingen in lichaamscellen te voorkomen. Kan het paard zelf aanmaken waardoor extra dosering in meeste gevallen niet noodzakelijk is. Oudere paarden kunnnen minder Vitamine C aanmaken in de lever, waardoor aanvulling nodig is. Vitamine C heeft een stimulerende werking op het spiermetabolisme. Extra vitamine C is belangrijk bij stress-situaties, gezondheid, weerstand.


Vitamine D3

Vitamine D3 speelt een belangrijke rol bij botvorming, grote invloed bij de absorptie van calcium en fosfor. Vitamine D wordt geproduceerd in het eigen lichaam als het deze beschikking heeft over zonlicht(UV-straling). Het risico van een vitamine D tekort bij paarden is geringer dan een vit. A tekort. In de zomer wordt voldoende vitamine D aangemaakt door UV-stralen en in winter bevat zongedroogd hooi voldoende hoge gehalten. Het krachtvoer moet dus maar weinig aangevuld worden met vitamine D. Basisbehoefte per dag: ca. 6,6 IE per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (6,6 x 600=) 3960 IE Vitamine D3 per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Deze richtlijn geldt tevens voor werkende, drachtige en lacterende paarden. Bron: NRC Nutrient Requirement for Horses 2007.


Vitamine E

Vitamine E is een antioxidant. De behoefte aan Vitamine E is vooral belangrijk voor jonge snelgroeiende paarden, paarden met zware arbeidsprestaties en drachtige merries. Speelt een rol bij de celstofwisseling, gezondheid, weerstand en functioneren van de spieren. Werkt ter ondersteuning van het spierstelsel en herstelvermogen bij paarden die topprestaties moeten leveren. De behoefte aan Vitamine E wordt verhoogd bij een rantsoen met meer dan 200 ml olie per dag of een laag gehalte aan selenium. Vitamine E beschermt als anti-oxidant het ranzig worden van vetzuren. Groenvoeders en granen bevatten veel Vitamine E. Aan het einde van de winter bevatten hooi en kuil nog maar weinig vitamine E en is extra aanvulling in het rantsoen gewenst. Basisbehoefte per dag: ca.1 mg per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (1 x 600=) 600 mg Vitamine E per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Werkende paarden: 1,6 - 2 mg per kg, Dracht(laatste 3 mnd): 1 mg per kg, Lactatie(eerste 6 mnd) aflopend van 2 mg Vitamine E per kg lichaamsgewicht. Bron: NRC Nutrient Requirement for Horses 2007.


Vitamine K

Vitamine K is nodig voor bloedstolling. Normaal wordt Vitamine K aangemaakt in de blinde en dikke darm en is daarom minder belangrijk in het voer.


Voeder Eenheid Paard

Voeder Eenheid Paaard is de Nederlandse energie-maat voor paarden en is gebaseerd op de netto-energie in kilojoules.


Zetmeel

Zetmeel is een goede bron van energie. Zetmeel wordt in de dunne darm afgebroken tot glucose. Als het rantsoen teveel zetmeel bevat kan niet alles verteerd worden in de dunne darm en stroomt door naar de dikke darm waarbij melkzuur kan ontstaan. Voer daarom kleine porties van zetmeelrijke voeding.


Zink

Werking
Zink is aanwezig in meer dan 100 enzymen. Daarnaast bevatten huid, lever, botten en spieren ook zink en komt het slecht in kleine hoeveelheden voor in bloed, melk, longen en de hersenen.

Behoefte

De dagbehoefte aan zink is 0,8 mg per kg lichaamsgewicht. Lees meer: Dagbehoefte

Tekort en overschot
Het is belangrijk de verhouding tussen koper en zink in de gaten te houden, omdat zink gebruik maakt van hetzelfde transport mechanisme als koper. Een overmaat aan zink kan dus leiden tot een tekort aan koper, omdat koper niet kan worden opgenomen. Een overmaat aan zink hoopt over het algemeen niet op in het lichaam en is één van de minst giftige sporenelementen. Een tekort aan zink verminderd de eetlust, vertraagd de groei van jonge paarden en kan leiden tot huidafwijkingen. Tekorten aan zink komen echter zelden voor.


Zwavel

Er zijn een aantal lichaamsprocessen waarbij de aanwezigheid van voldoende zwavel essentieel is: de huid, de hoeven, de pezen, de banden, de spieren en de gewrichten. Bovendien speelt zwavel een belangrijke rol bij het verminderen van allergie-symptomen. Basisbehoefte per dag: ca. 0,03 mg per kg lichaamsgewicht. Voorbeeld: paard van 600 kg heeft (0,03 x 600=) 18 mg zwavel per dag nodig afkomstig uit het totale rantsoen. Deze richtlijn geldt ook voor werkende, drachtige en lacterende paardenBron: NRC Nutrient Requirement for Horses 2007.