Ir. Marike Jacobs

Ir. Marike Jacobs


Marike is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar jeugd raakte zij door ervaringen met paarden met diverse gezondheidsproblemen steeds meer geïnteresseerd in voeding. Na haar hbo-opleiding aan HAS Den Bosch besloot zij zich verder in dier- en paardenvoeding te specialiseren. Regelmatig verschijnt op VoerVergelijk een column van haar hand.

Maïs is geen dikmaker



Nog steeds hoor en lees ik regelmatig dat maïs een goede dikmaker is. En iedere keer weer gaat mijn haar ervan overeind staan. In mijn ogen is maïs gevaarlijk. Verzuring, koliek, hoefbevangenheid, diarree, maïs kan allerlei ellende veroorzaken. Rauwe maïs, bedoel ik dan. Maïs die geen (goede) hittebehandeling heeft ondergaan, dus ook snijmaïs/maïskuil. Maar zelfs als de maïs hittebehandeld is, kan het in mijn ogen niet door als ‘dikmaker’.

Maïs bestaat voor het grootste deel uit zetmeel. Maar het ene type zetmeel is het andere niet: rauw maïszetmeel is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld rauw haverzetmeel, zeer slecht verteerbaar in de dunne darm van paarden. Dat betekent dat een deel van het zetmeel in de blinde en dikke darm belandt, waar het leidt tot verzuring en alle bijbehorende problemen. Dit risico geldt voor alle maïsproducten die geen hittebehandeling hebben ondergaan, dus ook maïsmeel en geplette maïs.

Hittebehandelde maïs is beter verteerbaar. Het zetmeel wordt door de hitte gegelatineerd, waardoor het oplosbaar wordt en gevoeliger voor de inwerking van verteringsenzymen. Een hittebehandeling kan de darmverteerbaarheid van maïszetmeel van 30% tot 80% verhogen. Dat helpt. Een paard kan nu meer energie uit de maïs halen. Maar wil je je paard dikker krijgen of op gewicht houden, dan zijn er andere, veel betere en veiligere manieren.

Veel ruwvoer van goede kwaliteit is vaak de beste weg om een paard op gewicht te houden. Een mager (maar gezond) paard mag onbeperkt ruwvoer hebben. Voordroog of kuil levert vaak meer energie dan hooi en verdient bij magere paarden vaak de voorkeur. Ruwvoer is een veilige dikmaker en maakt niet heet, in tegenstelling tot een extra schep krachtvoer. Voordroogkuil in combinatie met hooi en/of stro is een goed basisrantsoen voor een mager paard.

Plantaardige olie is een goede tweede optie. Olie bevat drie keer zoveel energie als koolhydraten (zetmeel en suiker) en heeft, net als ruwvoer, geen invloed op het temperament. Paarden zijn heel goed in staat om olie te gebruiken als energiebron. Een bijkomend voordeel van zowel ruwvoer als olie ten opzichte van krachtvoer of maïs is dat de spieren in het werk niet extra belast worden door de productie van melkzuur. Stijfheid en spierverzuring worden daardoor grotendeels voorkomen.

Een mager paard wijst op een energietekort, maar vaak is er ook sprake van een eiwittekort. Bij een echt mager paard is het daarom niet alleen zaak het energiegehalte van het rantsoen op te krikken. Zonder voldoende eiwitten kan een paard geen spieren opbouwen en blijft het dier dus ‘bloot’. Luzerne kan een paard helpen met de spieropbouw en zorgt ook voor extra kauwactiviteit.

Maïs is een traditionele ‘oplossing’ voor ondergewicht, met de achtergrond dat maïs niet zo heet maakt als een ander graan of bijvoorbeeld brok. Een mager paard op gewicht krijgen kost vooral tijd, minstens twee à drie maanden. Maïs versnelt dit proces niet. Sterker nog, maïs kan het proces zelfs vertragen. Verzuring van het maagdarmstelsel verlaagt de ruwvoervertering, waardoor het paard een heel belangrijke energiebron deels kwijtraakt. Maïs als dikmaker is wat mij betreft nooit verantwoord geweest, en ik hoop dat anderen met deze informatie deze mening delen.

N.B.: Er zijn veel mogelijke medische oorzaken van vermagering, waarbij vaak, na klinisch onderzoek, specialistische inzet van een internist nodig is om bloed-urine-testen, mestonderzoek, maag/dunnedarm endoscopie, biopten van dunne/dikke darm en absorptie-testen van de dunne darm uit te voeren. Bij magere paarden wordt vaak te lang geprobeerd het probleem door middel van voeding te verhelpen, waardoor zieke dieren vaak in een verder gevorderd stadium bij de dierenarts worden aangeboden en daardoor moeilijker te behandelen zijn. Bron: Dr. Marie-Thérèse Picavet, Dip. ECEIM, Specialist Inwendige Ziekten Paard NRGOD KNMVD.

Lees meer:
Column: Dikmaker nr. 1




meer columns | Naar de home pagina




Reacties (7)



Gerard Hebben
26-12-2012 23:23

Siementje
07-01-2013 15:20

Jan Willem Grievink
14-01-2013 10:54

rene peeters
14-01-2013 12:30

Marike Jacobs, voerconsultant
14-01-2013 19:37

Alex van Breemen
01-02-2013 08:05

Maisbaal
06-02-2013 19:50





Naam
E-mail
Update Houdt mij op de hoogte

Reactie