Drs. Annette van Weezel Errens

Drs. Annette van Weezel Errens


Annette is afgestudeerd aan de faculteit diergeneeskunde in Utrecht. Gedurende haar studie heeft zij diverse bijbaantjes gehad als groom. Nu is zij werkzaam als veterinair adviseur en speelt in op de preventieve veterinaire zorg. Regelmatig schrijft zij een column voor VoerVergelijk.

De bouwstenen voor het toekomstig sportpaard?



Nog heel even en het veulenseizoen barst weer los, stuk voor stuk ‘high potentials’ om later in de sport uit te komen. Maar hoe bereiden we de carrière van het toekomstige sportpaard eigenlijk voor? De meeste jaarlingen gaan de opfok in tot hun derde jaar, wat doorgaans betekent dat zij in de zomer op het land staan en in de winter opgestald worden met een hoop ruwvoer, maar verder? We weten inmiddels wel dat een paard niet in staat is zijn lichaam gezond te houden met alleen ruwvoer omdat dit doorgaans allerlei tekorten heeft. Zeker voor het opgroeiende paard is een juiste calcium/fosfor balans erg van belang.

In de melkveehouderij is het gebruikelijk dat men eerst het ruwvoer analyseert dat van het land komt en op basis daarvan een samenstelling maakt ter aanvulling, het zogenaamde krachtvoer. Nu is een (toekomstige) sportprestatie niet te vergelijken met de productie van 40 liter melk op een dag, maar het is wel een professionele werkwijze om een goed en verantwoord rantsoen samen te stellen. Want het begrip ruwvoer is te breed. Er is te veel variatie in de bodem, grassoorten, oogststadium, klimaat etc. om over een gemiddeld soort ruwvoer te praten. En als je niet weet wat er precies in het ruwvoer zit, ben je altijd semiprofessioneel bezig als paardenhouder. Overigens weten we wel van het gemiddelde ruwvoer in Nederland dat het niet voldoet en dat met name mineralentekorten ontstaan wanneer paarden alleen ruwvoer te eten krijgen.

En juist mineralen zoals calcium, fosfor, koper, zink, mangaan, magnesium en selenium zijn ontzettend belangrijk voor het opgroeiende paard. Juist die mineralen geven het lichaam de stevigheid, ook aan de botten en gewrichten. En in dat licht verbaast het mij niet dat het gemiddelde sportpaard voor zijn 7de levensjaar zijn carrière heeft beëindigd. Hoeveel snelgroeiende grote paarden in Nederland hebben er op jonge leeftijd geen last van ataxie, OCD, artrose of andere problemen?

Een paard is pas volwassen en volgroeit als het zeven jaar is, de meeste paarden in Nederland zijn dan al onbruikbaar verklaard. En nee, een slecht rantsoen is zeker niet de enige schuldige. Management en prestatiedruk hebben hier ook een grote rol. Maar de Nederlandse paardenhouderij als hobbysector is zijn jasje wel ontgroeid. Alleen in Nederland gaat al een paar miljard euro per jaar om in deze sector. Ook is het KWPN-paard een goed exportproduct. Reden te meer dus om wat serieuzer naar het rantsoen te kijken van het opgroeiende paard. Want het voorkomen van mineralentekorten op jonge leeftijd is beter (en goedkoper) dan bij een ouder en goed opgeleid paard de gevolgen daarvan te moeten genezen.

Lees meer:
Voeding voor veulens
 




meer columns | Naar de home pagina




Reacties (0)







Naam
E-mail
Update Houdt mij op de hoogte

Reactie