Ir. Marike Jacobs

Ir. Marike Jacobs


Marike is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar jeugd raakte zij door ervaringen met paarden met diverse gezondheidsproblemen steeds meer geïnteresseerd in voeding. Na haar hbo-opleiding aan HAS Den Bosch besloot zij zich verder in dier- en paardenvoeding te specialiseren. Regelmatig verschijnt op VoerVergelijk een column van haar hand.

Weidegang, gras & suiker



Stofwisselingsproblemen zoals overgewicht, insulineresistentie en hoefbevangenheid lijken steeds vaker voor te komen en de oorzaak wordt gezocht (en gevonden) in de Westerse eet- en leefstijl die we ook onze paarden aanbieden: veel eten en weinig beweging. Suiker wordt als voornaamste boosdoener bestempeld en daardoor zijn mensen er ‘bang’ voor. De overgang van stal naar weide in het voorjaar wordt daarom des te spannender, want gras bevat ook suiker. Afhankelijk van het moment zijn de suikers in het gras voornamelijk in de vorm van het gevreesde fructaan: een suiker die niet in de dunne darm wordt verteerd, maar gefermenteerd in de blinde en dikke darm en daar problemen kan veroorzaken.

Suikers zijn niet slecht voor een paard. Op een grasrantsoen haalt een paard in rust ongeveer 30% van zijn energiebehoefte uit ruwe celstof. De resterende 70% komt uit suikers en vetten. Gras bevat geen zetmeel en weinig vet; energetisch hebben suikers het grootste aandeel in (jong) gras. In de dunne darm van het paard bevinden zich enzymen die suikers splitsen en transporteiwitten die de suikers uiteindelijk opnemen uit de darm in het bloed. Door de expressie van genen zijn deze enzymen en transporteiwitten in meer of mindere mate aanwezig. Deze genexpressie is afhankelijk van het aanbod aan suikers in de dunne darm: hoe meer suiker in het voer, hoe hoger de genexpressie en hoe meer materiaal om de suikers te verwerken. Gewenning is dus heel belangrijk! Zonder gewenning loop je de kans dat een aandeel van de suikers in het gras niet kunnen worden verteerd en/of geabsorbeerd, waarna ze doorstromen naar de blinde en dikke darm en daar problemen veroorzaken.

Risicogevallen voor weidegang (niet alleen in het voorjaar) zijn uiteraard sobere rassen, die een efficiënter spijsverteringssysteem hebben dan warmbloedpaarden en meer energie uit armer voer kunnen halen. Ze zijn daarvoor vaak gevoeliger voor suikers in het rantsoen en lopen sneller kans op overgewicht, insulineresistentie en hoefbevangenheid. Bij deze rassen en bij andere paarden/pony’s die lijden aan één of meer van bovengenoemde problemen, is het verstandig om een graasmasker te gebruiken. Zo’n masker verlaagt de grasopname simpelweg door ervoor te zorgen dat er minder grassprieten tegelijk in de mond van paard/pony terechtkomen. Ook koliekgevoelige (vooral gaskoliek) paarden en dieren die snel dunne mest hebben, zijn beter af met een graasmasker.

Suikergehaltes in gras zijn het hoogste gedurende de eerste weken van de lente en nemen daarna geleidelijk af, tegen een stijgend gehalte aan ruwe celstof als het gras ouder wordt. Deze verandering is onder andere sterk afhankelijk van de voedingstoestand van de bodem: hoe minder voeding er beschikbaar is voor het gras, hoe meer suikers (fructanen) er in de plant worden opgeslagen voor als de groeitoestanden wél goed zijn. Een niet bemeste wei is voor paarden dus vaak niet gezond, zeker niet als er op deze weide voornamelijk raaigras staat, een hoogproductieve grassoort die veel voeding (stikstof) nodig heeft om te groeien en daardoor sneller en meer fructaan opslaat bij slechte groeiomstandigheden.

Dat raaigras minder geschikt is voor paarden is inmiddels aardig bekend. Daarom zijn er tegenwoordig speciale graszaadmengsels voor paarden in de handel. Deze bevatten maar een klein percentage raaigras, waardoor er minder kans is op hoge fructaangehaltes, ook bij slechte groeiomstandigheden. De andere grassoorten in zo’n mengsel maken de wei beter bestand tegen vertrapping en kort afgrazen.

Het weideseizoen: de tijd van mooi weer, groen en bloemen, maar helaas ook van koliek, diarree en stofwisselingsproblemen. De overgang van stal naar weide en de bijbehorende verandering van het voedingspatroon moet met beleid gebeuren. En niet alleen voor stalpaarden verandert het rantsoen: ook paarden die het jaarrond op de wei lopen, krijgen in het voorjaar te maken met een veranderende samenstelling van het gras. Paarden zijn gevoelig voor suikers in het rantsoen, maar met een geschikt graszaadmengsel, goede bemesting en gezond verstand zijn problemen  goed te voorkomen.

Lees meer:
Nieuws: Tips voor beweiden in het voorjaar
Column: Suikerhysterie


 




meer columns | Naar de home pagina




Reacties (3)



Inge
10-04-2012 10:59

Marike
10-04-2012 11:45

VoerVergelijk
10-04-2012 22:11





Naam
E-mail
Update Houdt mij op de hoogte

Reactie