Ir. Marike Jacobs

Ir. Marike Jacobs


Marike is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar jeugd raakte zij door ervaringen met paarden met diverse gezondheidsproblemen steeds meer geïnteresseerd in voeding. Na haar hbo-opleiding aan HAS Den Bosch besloot zij zich verder in dier- en paardenvoeding te specialiseren. Regelmatig verschijnt op VoerVergelijk een column van haar hand.

Veel merriebrok



De laatste vier maanden van de dracht maakt het veulen een groeispurt door en heeft de merrie een verhoogde energie- en eiwitbehoefte. Daar zijn de meeste paardeneigenaren van op de hoogte: merriebrok en meer voer. Merriebrok heeft echter een hoger energie- en eiwitgehalte dan onderhoudsvoer en te veel voer is voor een drachtige of lacterende merrie ook niet goed.

Veel mensen voeren aan het einde van de dracht veel te veel. Op zich niet vreemd, want voerleveranciers hameren op extra voer in de laatste maanden van de dracht en tussen dracht en lactatie wordt vaak weinig verschil gemaakt. Maar de energiebehoefte van de merrie stijgt pas echt aanzienlijk als de merrie begint te lacteren. Zie onderstaande grafieken. (bron: CVB Tabellenboek)

     

Grafiek 1: Energiebehoefte in EWPa                      Grafiek 2: Eiwitbehoefte in VREp (gr)

Bij sobere rassen wordt de extra energiebehoefte tijdens dracht en vooral lactatie juist vaak onderschat, waardoor het dier de lichaamsreserves gaat aanspreken en er bloedvervetting kan optreden. Dit wordt ook wel hyperlipedemie genoemd en kan fataal zijn. Ook worden deze dieren vaak eiwitarm gevoerd, waardoor een eiwittekort kan ontstaan. Teveel voeren aan het einde van de dracht zet het lichaam extra onder druk, maar te weinig voeren geeft ook problemen.

In maand 8 t/m 11 van de dracht heeft de merrie (en het veulen!) behoefte aan een goede kwaliteit merriebrok, met een uitgebalanceerd vitamine- en mineralenaanbod. Het mineraal koper is bijvoorbeeld van belang om OCD bij het veulen te voorkomen; koper wordt via de placenta aan het veulen doorgegeven en in de lever van het veulen opgeslagen. Merriemelk is van nature arm aan koper. Het voorraadje in de lever kan door het veulen worden aangesproken na de geboorte, waardoor de kans op OCD kleiner is.

Vooral tijdens dracht en lactatie is het verstandig om ruwvoer te laten analyseren, om zeker te zijn van wat je voert. Stem hier de rest van het rantsoen op af, liefst in overleg met veearts en voerspecialist. De energie- en eiwitbehoefte van de merrie kan benaderd/berekend worden aan de hand van het lichaamsgewicht. Om het lichaamsgewicht te schatten kun je een meetlint gebruiken, maar zorg dat je de merrie meet als ze niet drachtig is. De voerbehoefte wordt namelijk berekend aan de hand van het normale, niet-drachtige lichaamsgewicht.

Zo gauw de merrie begint te lacteren, stijgt de energie en eiwitbehoefte flink. Ineens de hoeveelheid merriebrok opschroeven nadat het veulen is geboren, geeft risico op koliek en hoefbevangenheid bij de merrie. Het is dus verstandig om de hoeveelheid langzaam op te bouwen in de laatste 2-3 weken van de dracht. 

Doe dus niet zomaar iets, maar houd rekening met het lichaamsgewicht en eventuele arbeid van de merrie. Overleg met veearts en voerspecialist zorgt voor een op jouw merrie afgestemd rantsoen, wat het beste is voor de merrie en het veulen. Tijdens de laatste maanden van de dracht en tijdens de zoogperiode wordt de basis gelegd voor het verdere leven van het veulen: dat verdient wat extra aandacht!

Lees meer over voer en fokkerij:
Nieuws: Fokkers opgelet
Vruchtbaarheid
Drachtige merrie
Lacterende merrie
Veulen
 




meer columns | Naar de home pagina




Reacties (1)



lailapri
24-01-2011 10:49





Naam
E-mail
Update Houdt mij op de hoogte

Reactie