Ir. Marike Jacobs

Ir. Marike Jacobs


Marike is afgestudeerd aan Wageningen Universiteit voor de masteropleiding Animal Nutrition en gespecialiseerd in paardenvoeding. Tijdens haar jeugd raakte zij door ervaringen met paarden met diverse gezondheidsproblemen steeds meer geïnteresseerd in voeding. Na haar hbo-opleiding aan HAS Den Bosch besloot zij zich verder in dier- en paardenvoeding te specialiseren. Regelmatig verschijnt op VoerVergelijk een column van haar hand.

Is ruwvoer echt zo compleet?



De groep paardenmensen die ‘gelooft’ in het voeren van alleen ruwvoer groeit. Steeds vaker is het devies gras en hooi, zeker voor recreatiepaarden en sobere rassen. Krachtvoer en supplementen zouden onnodig veel suiker en zetmeel bevatten en paarden kunnen alles wat ze dagelijks nodig hebben uit ruwvoer halen. Maar is dat wel zo?

Nee, dus. In de meeste gevallen niet. Alleen onbeperkte toegang tot verse, goed onderhouden, niet overbegraasde, geïrrigeerde, regelmatig bemonsterde en aan de hand van analyses bemeste weidegrond, eventueel in combinatie met hooi van zo’n zelfde weide kán eventueel aan de dagelijkse behoefte aan vitamines, mineralen en sporenelementen voldoen. Dat is praktisch alleen mogelijk wanneer meerdere hectares land beschikbaar zijn en dus niet weggelegd voor het gros van de paardenmensen. En bovendien, het gros van de paarden wordt hiervan ook tonnetje rond.

Weidegras
kan, mits onder ideale omstandigheden, voorzien in de vitaminebehoefte van een paard. Vooral voor de vitamine E-voorziening zijn  paarden op een ruwvoerrantsoen (RR-paarden) van weidegras afhankelijk*. Vitaminegehaltes in hooi en ander gedroogd ruwvoer lopen in sneltreinvaart achteruit tijdens opslag. Bovendien zijn de vitaminegehaltes afhankelijk van het oogstmoment, de oogstomstandigheden en de grassoort(-en). Erg veel variabelen dus!

Qua mineralen en sporenelementen zijn de gehaltes in vers gras ook stelselmatig hoger dan in (gemiddeld) hooi*. Duidelijk is dat de gemiddelde gehaltes aan ijzer en mangaan bij een onbeperkte ruwvoeropname (of het nu gras of hooi is) de dagelijkse behoefte ver wordt overschreden*. Maar aangezien de laagste een hoogste gemeten waardes erg ver uit elkaar liggen (vooral bij mangaan)* kan niet gezegd worden dat ieder RR-paard een overschot aan mangaan binnenkrijgt. In tegendeel zelfs.

Vaak wordt een gebrek of overschot aan een bepaalde vitamine, mineraal of sporenelement niet opgemerkt. Het ontstaan is meestal geleidelijk en de eigenaar ziet zijn paard iedere dag, dus kleine veranderingen vallen niet op. De kleur en kwaliteit van de vacht, alertheid, stijfheid, hoefkwaliteit, maag-darmgezondheid; vaak zijn afwijkingen zo minimaal van aard dat ze bij het paard gaan ‘horen’. Bovendien zijn gebrekssymptomen vaak simpelweg niet waarneembaar (subklinisch).

 Een ruwvoerrantsoen is ideaal wanneer het gaat om maag-darmgezondheid en welzijn. Maar in 99 van de 100 gevallen is op een bepaald vlak aanvulling en/of bijsturing nodig en daar moet niet aan voorbij worden gegaan. Welk vlak dat is, is alleen te ontdekken door te meten en te monitoren. Dat wil zeggen hooianalyses, bodemanalyses, grasanalyses, bemestingsschema’s, bloedonderzoeken, mestonderzoeken, etc. etc.. Alleen aan de hand daarvan kun je zeggen: ‘ik doe het goed voor mijn paard’.

*Bron: CVB Tabellenboek Voeding Paarden en Pony’s, september 2013.

 




meer columns | Naar de home pagina




Reacties (5)



Sara
06-10-2014 13:45

Praktijk Natuurlijk
06-10-2014 16:34

Clarissa
10-12-2014 11:35

Richard
18-10-2016 13:58

VoerVergelijk.nl
18-10-2016 17:14





Naam
E-mail
Update Houdt mij op de hoogte

Reactie